Jaarlijkse vakantie: tijdelijke werkloosheid wegens collectieve sluiting van de onderneming
Wanneer jouw onderneming collectief sluit wegens jaarlijkse vakantie, kan het voorkomen dat bepaalde werknemers onvoldoende vakantiedagen hebben om de volledige periode van collectieve sluiting te kunnen overbruggen. Wat dan met hun loon voor deze sluitingsdagen? Kunnen deze werknemers een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens collectieve sluiting?
Principe
De dagen van collectieve sluiting waarvoor de werknemer geen recht heeft op wettelijke vakantie worden niet gedekt door een vakantiegeld. Voor deze dagen kan de werknemer in principe tijdelijk werkloos worden gesteld wegens collectieve sluiting zodat hij een uitkering van de RVA kan ontvangen.
Kunnen in principe een werkloosheidsuitkering wegens collectieve sluiting genieten:
- werknemers (arbeiders of bedienden) die op basis van hun arbeidsprestaties in het voorgaande jaar onvoldoende vakantiedagen hebben opgebouwd om de volledige sluitingsperiode ingevolge jaarlijkse vakantie van de onderneming te overbruggen;
- werknemers die hun vakantiedagen reeds volledig of gedeeltelijk hebben uitgeput bij een vorige werkgever.
Voorbeelden
- Een arbeider heeft op basis van zijn prestaties in 2025 recht op 6 vakantiedagen in 2026 (onvolledige prestaties in het vakantiedienstjaar). De onderneming sluit in de maand juli 2026 gedurende 15 werkdagen. Voor deze periode kan de arbeider aanspraak maken op:
- een vakantiegeld voor de 6 eerste sluitingsdagen (betaald door het vakantiefonds in de maand mei of juni 2026);
- en een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA voor de 9 volgende dagen.
- Een bediende heeft het volledige jaar 2025 en tot 31 maart 2026 gewerkt in onderneming A. Bijgevolg heeft hij in het jaar 2026 recht op 20 vakantiedagen. Voor zijn vertrek heeft hij al 10 vakantiedagen opgenomen. Er blijven dus nog 10 vakantiedagen over. Vanaf 1 april 2026 werkt hij voor onderneming B die in de maand augustus 2026 gedurende 15 werkdagen sluit wegens jaarlijkse vakantie. De sluitingsperiode wordt als volgt gedekt:
- voor de eerste 10 sluitingsdagen door het (vertrek)vakantiegeld;
- en voor de 5 volgende dagen door een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA.
Opgelet! De werknemer is verplicht om zijn betaalde wettelijke vakantiedagen (evenals jeugd- en seniorvakantie) prioritair op te nemen tijdens de periode van collectieve sluiting van de onderneming. Met andere woorden, de werknemer die vóór de collectieve sluitingsperiode van de onderneming waar hij werkt reeds een deel van zijn vakantiedagen heeft opgenomen bij deze werkgever en daardoor onvoldoende vakantiedagen over heeft om de sluitingsperiode te overbruggen, heeft noch recht op vakantiegeld noch op werkloosheidsuitkeringen voor de sluitingsdagen waarvoor hij geen vakantiedagen meer kan opnemen. De werknemer wordt immers geacht vrijwillig werkloos te zijn zonder loon en heeft voor deze dagen geen recht op werkloosheidsuitkeringen.
- Een werknemer heeft recht op 20 vakantiedagen in 2026. Tijdens de eerste helft van het jaar 2026 neemt hij 10 dagen vakantie op bij zijn werkgever. In de maand juli 2026 sluit deze onderneming wegens jaarlijkse vakantie gedurende 15 werkdagen.
- De werknemer maakt aanspraak op een vakantiegeld voor de eerste 10 sluitingsdagen van de onderneming.
- Voor de periode van de 5 resterende sluitingsdagen ontvangt hij noch een vakantiegeld noch werkloosheidsuitkeringen!
Formaliteiten
De werknemer moet:
- vanaf de eerste effectieve dag tijdelijke werkloosheid van de maand de elektronische C3.2 (controleformulier eC3.2) invullen via de applicatie eC32 (controlekaart) geïnstalleerd op zijn smartphone of via de portaalsite van de sociale zekerheid (https://www.socialsecurity.be);
- op het formulier alle arbeidsprestaties invullen die hij (voor zichzelf of voor een derde) uitvoert tijdens de periode van collectieve sluiting;
- op het einde van de maand de elektronische C3.2 verzenden aan zijn betalingsinstelling.
De werkgever is niet verplicht om de RVA in te lichten over de sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie. Wel moet hij:
- bij het begin van de werkloosheid een elektronische aangifte (ASR werkloosheid scenario 2) uitvoeren. Deze aangifte laat de RVA toe om het bedrag te berekenen van de uitkering waarop de werknemer recht heeft;
- na het einde van de maand dan een elektronische aangifte (ASR werkloosheid scenario 5) doen van de uren die de werknemer tijdelijk werkloos is geweest.
Bijkomende toeslag tijdelijke werkloosheid
De werkgever is in principe een bijkomende toeslag van 5,31 EUR (bedrag sinds 1 maart 2026) verschuldigd aan zijn werknemer voor elke dag die wordt gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering.
En wat bij collectieve sluiting wegens inhaalrust (arbeidsduurvermindering)?
We merken voor de volledigheid nog op dat er een vergelijkbare regeling bestaat bij collectieve sluiting van de onderneming wegens inhaalrust (voor recent in dienst getreden werknemers).
Meer weten?
Meer info kan je terugvinden op de gedetailleerde website van de RVA.
Dit bericht delen: