Groep van Tien stelt alternatief voor centenindex voor
Nadat de sociale partners zich eerder al kritisch uitten over de zogenaamde centenindex, bereikte de Groep van Tien een akkoord omtrent een alternatief voor de centenindex in de privésector. De sociale partners pleiten hierbij voor een systeem waarbij de hogere energieprijzen minder sterk doorwegen bij de berekening van de index.
Situering centenindex
Het Begrotingsakkoord van november 2025 voorzag een zogenaamde ‘centenindex’ op de lonen boven de mediaan van 4.000 EUR bruto.
In het kader van deze maatregel zou de indexering van bepaalde ‘hogere’ lonen, pensioenen en bepaalde sociale uitkeringen twee keer tijdelijk worden beperkt tot 2%, namelijk in 2026 en 2028.
Deze maatregel bestond uit de volgende drie onderdelen:
- De indexmatiging van bepaalde hogere lonen;
- De bijzondere loonmatigingsbijdrage;
- De geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage.
Deze centenindex is momenteel opgenomen in een ontwerp van Programmawet, dat momenteel nog hangende is in de Kamer.
Advies van de NAR
Recent bogen de sociale partners zich over de indexmaatregelen die opgenomen zijn in het ontwerp van Programmawet.
De sociale partners onderstreepten dat ze te laat werden geraadpleegd over deze maatregel, pas na het advies van de Raad van State en zelfs na de indiening van het wetsontwerp in de Kamer.
Daarnaast kregen ze volgens hen onvoldoende tijd om een kwalitatief sociaal overleg te voeren om deze complexe maatregel grondig te analyseren.
Daarnaast stelde de NAR ook vast dat de maatregel erg complex is. Dit omwille van onder meer de verschillende toepassing per sector. De indexeringsmodaliteiten zijn immers niet uniform. Daardoor zal elke sector een eigen implementatie uitwerken. Deze complexiteit zet zich door op ondernemingsniveau.
Ten slotte hadden de sociale partners verschillende principiële standpunten.
Alternatief voorstel door Groep van Tien
Recent lanceerde de Groep van Tien, een overlegorgaan met de werkgeversorganisaties en de vakbonden uit de privésector, een gezamenlijk alternatief voor de centenindex in de privésector.
Ze stellen voor om de impact van de hoge energiekosten op het systeem van de automatische indexering van de lonen te beperken.
Hierbij zou o.a. een accuratere berekening toegepast worden van de elektriciteits-en de gasprijzen in het kader van de gezondheidsindex. In plaats van uit te gaan van de theoretische marktprijs op het moment van meting, zou er rekening gehouden worden met het feit dat een groot deel van de bevolking een vast energiecontract heeft. Concreet zouden ook de lopende energiecontracten meegenomen worden in de berekening in de plaats van enkel de nieuwe energiecontracten.
Vanaf april 2026 zou de energie-inflatie berekend worden op basis van een 12-maandelijks voortschrijdend gemiddelde in plaats van een 4-maandelijks gemiddelde.
Zo zou er een meer geleidelijke doorwerking van zowel prijsstijgingen als prijsdalingen van de twee energieproducten (gas en elektriciteit) op het indexcijfer zijn.
Het valt nu af te wachten of de federale regering zal ingaan op deze voorstellen.
Conclusie
Momenteel is het nog onduidelijk wat het lot van de centenindex is.
Bron :
- Diverse media.
- Advies NAR nr. 2484 ‘Maatregelen betreffende de index – Titel III van het voorontwerp van programmawet’.
Dit bericht delen: